Een website staat op één server, in één datacenter. Iemand in Groningen merkt daar weinig van als die server in Amsterdam staat, maar iemand in Sydney wel, want elk bestand, van het logo tot het laatste script, moet dan de halve wereld over en weer terug. Een CDN lost dat op door kopieën van je site op tientallen tot honderden plekken neer te zetten. Meer dan de helft van de grootste .nl-sites werkt al zo, terwijl de meeste webhosts het voor hun eigen site laten liggen.

Wat is een CDN precies?

Een CDN, voluit content delivery network, is een netwerk van servers verspreid over de wereld dat de bestanden van je website bewaart en uitlevert vanaf de server die het dichtst bij de bezoeker staat. Die servers heten edge-servers of PoP’s (points of presence).

Je eigen hostingserver blijft de bron. Die heet de origin, en daar staan je bestanden, je database en je CMS gewoon zoals je ze kent, alleen krijgt die server een stuk minder verzoeken te verwerken. Het CDN zit ervoor en vangt verzoeken op. Heeft de edge-server een verse kopie van het gevraagde bestand, dan levert hij die direct. Zo niet, dan haalt hij het één keer op bij je origin en bewaart het voor de volgende bezoeker.

Wat er in die kopie zit, verschilt per instelling. De meeste sites laten alleen statische bestanden via het CDN lopen: afbeeldingen, CSS, JavaScript en lettertypen. Een stap verder is de complete HTML-pagina cachen, zodat zelfs het eerste antwoord van je site van een edge-server komt.

Hoe een CDN je website sneller maakt

Een CDN maakt je site sneller doordat de afstand tussen bezoeker en server korter wordt. Licht door glasvezel is snel, maar een verzoek van Amsterdam naar de Amerikaanse westkust en terug blijft merkbaar onderweg. Een pagina laadt tientallen bestanden, en bij elke nieuwe verbinding tikt die vertraging opnieuw.

Daarnaast neemt een CDN werk over van je server. Elke afbeelding die vanaf een edge-server komt, hoeft je hostingpakket niet zelf te versturen. Dat scheelt rekenkracht en dataverkeer, en bij een plotselinge piek, bijvoorbeeld na een tv-vermelding, blijft je site overeind. Wil je weten hoe snel je site nu is, gebruik dan de stappen uit website snelheid testen en test vanaf een locatie in het buitenland. Daar zie je het verschil het eerst.

Welke Nederlandse sites een CDN gebruiken

We hebben op 18 oktober 2026 de homepages van de 500 grootste .nl-domeinen uit de Tranco-ranglijst gemeten.2 Per site keken we naar het netwerk achter het IP-adres (het ASN) en naar headers die een CDN verraden, zoals cf-ray voor Cloudflare en x-amz-cf-id voor Amazon CloudFront. Van de 464 sites die antwoord gaven, levert 247 de homepage via een CDN. Dat is 53%.1

Wereldwijd ligt dat lager. Volgens de Web Almanac 2024 van HTTP Archive komt 33% van alle HTML-verzoeken via een CDN.3 De grootste Nederlandse sites zitten daar ruim boven.

Cloudflare 106 Akamai 64 Amazon CloudFront 50 Fastly 15 Azure Front Door 7 Imperva 3 Bunny 2
CDNAantal sitesAandeel binnen CDN-sites
Cloudflare10643%
Akamai6426%
Amazon CloudFront5020%
Fastly156%
Azure Front Door73%
Imperva31%
Bunny21%
Welk CDN de homepage levert bij de 247 van de 500 grootste .nl-domeinen die een CDN gebruiken. Meting Hostingdirectory.nl, 18 oktober 2026, op basis van ASN en HTTP-headers.

Cloudflare wint ruim, en dat past bij het wereldbeeld: in de Web Almanac heeft Cloudflare 55% van het HTML-verkeer dat via een CDN loopt.3 Opvallend is de sterke positie van Akamai bij .nl-sites. Dat zijn vaak banken en grote mediabedrijven met een enterprise-contract.

Onze telling is een ondergrens. Sites die alleen hun afbeeldingen en scripts via een CDN sturen, of een CDN gebruiken dat geen herkenbare header meestuurt, tellen we als “geen CDN”.

Hoe webhosts het zelf doen

Bij de 24 webhosts uit onze vergelijking levert juist een kleine groep de eigen homepage via een CDN. DreamHost en Kinsta lopen via Cloudflare, Savvii via Bunny. De andere 21 serveren hun homepage rechtstreeks vanaf hun eigen servers of datacenterpartner, soms met een Varnish-cache ervoor.1

Dat is minder vreemd dan het lijkt. Een Nederlandse host met een Nederlands publiek en een eigen netwerk in Amsterdam zit al dicht bij zijn bezoekers. Varnish of LiteSpeed Cache op de eigen server doet dan veel van wat een CDN zou doen. DreamHost en Kinsta bedienen klanten over de hele wereld, en daar loont een CDN wel.

Heb je een CDN nodig?

Of je een CDN nodig hebt, bepaal je met vier vragen. Twee keer ja is een goede reden om er een te nemen.

  1. Komen je bezoekers uit meerdere landen? Dan wint een CDN het meeste. Kijk in Google Analytics of Search Console welk deel van je verkeer van buiten Nederland komt.
  2. Laadt je site veel zware afbeeldingen of video? Die bestanden zijn het grootste deel van het dataverkeer, en een CDN neemt ze over van je server.
  3. Heb je pieken in verkeer? Denk aan acties, Black Friday, tv-reclame of een nieuwsbrief naar 50.000 mensen.
  4. Wil je bescherming tegen DDoS-aanvallen en kwaadaardige bots? Cloudflare en Akamai filteren dat verkeer weg voordat het je server bereikt.

Een webshop in Utrecht met klanten uit Nederland en België haalt met een goede Nederlandse host en paginacache vaak al uitstekende laadtijden. Een reisblog met lezers uit twintig landen en honderden foto’s per pagina heeft er veel meer aan.

Een CDN instellen

Een CDN instellen gaat op twee manieren, afhankelijk van welk soort CDN je kiest.

De eerste manier loopt via je DNS, als reverse proxy. Bij Cloudflare zet je de nameservers van je domein over naar Cloudflare. Daarna loopt al je verkeer via hun netwerk en bepaal je per regel wat er gecachet wordt. Dit is de snelste route, ook op een gratis abonnement. Controleer na de overstap met de DNS-checker of je records goed staan.

De tweede manier is een pull zone. Bij Bunny en CloudFront maak je een zone aan die je bestanden van je server ophaalt, op een adres zoals cdn.jouwsite.nl. In WordPress regelt een plugin dat je afbeeldingen en scripts naar dat adres verwijzen. Je HTML blijft dan van je eigen server komen.

Hier gaat het ook vaak mis. Zet je een wijziging in je CSS live en zie je hem niet, dan staat er nog een oude kopie in de cache en moet je de CDN-cache handmatig legen. Erger is een CDN dat pagina’s cachet die per bezoeker verschillen, zoals een winkelwagen of een accountpagina: dan krijgt de volgende bezoeker te zien wat voor iemand anders bedoeld was. Sluit die pagina’s daarom altijd uit van de cache, en test het met twee browsers voordat je live gaat.

En zorg dat je SSL-certificaat op beide plekken klopt, anders krijgen bezoekers een foutmelding.

Conclusie

Een CDN zet kopieën van je website op servers dicht bij je bezoekers en neemt werk over van je hostingserver. Meer dan de helft van de grootste .nl-sites gebruikt er een, met Cloudflare als duidelijke nummer één. Voor een kleine site met Nederlands publiek op een snelle Nederlandse host is het een extraatje. Voor internationale sites, mediarijke pagina’s en webshops met pieken is het standaardgereedschap. Kies je eerst een host, kijk dan of hij een CDN of een Cloudflare-koppeling in het pakket heeft en vergelijk de opties via onze hostingvergelijking.